Ook Muyters steunt co-sourcing!

5 november 2014
 

Tijdens de plenaire zitting van het Vlaams Parlement op 5 november interpelleerde Martine Minister van Economie en Werk Muyters omtrent zijn intenties inzake het ondersteunen en faciliteren van co-sourcing. 

Enkele dagen eerder had federaal vicepremier Kris Peeters zich al positief uitgelaten over deze vorm van 'terbeschikkingstelling' of 'detachering' van personeel. Volgens vicepremier Peeters kan er, wanneer het instrument van de economische werkloosheid niet volstaat,  nagegaan worden of de wet op de detachering kan aangevuld worden "voor specifieke ondernemingen die geconfronteerd worden met een tijdelijk klein orderboek en waar economische werkloosheid ontoereikend is. Zo'n aanvulling kan wel enkel een succes worden," zo vervolgde Peeters, "wanneer dit in sociaal overleg met de werkgever en vakbonden gebeurt, en zeer specifiek ook met de lokale vakbonden."

Na de positieve reactie van Kris Peeters wilde Martine uiteraard weten hoe z'n Vlaamse collega Muyters tegen co-sourcing aankeek. Uit vorige tussenkomsten die Martine tijdens de Commissie Werk had gehouden was al gebleken dat ook Minister Muyters de idee niet ongenegen was. Het antwoord van Muyters was heel bevredigend én onmiddellijk duidelijk:

"Gisteren heb ik de mensen van Bombardier op mijn kabinet ontvangen en ik ben effectief een fan. Het bedrijf dat aan co-sourcing doet en van waaruit mensen vertrekken, kan flexibiliteit bieden. Het bedrijf dat ontvangt, kan een aantal knelpuntberoepen invullen. Ook voor de werknemers is het interessant. Ze krijgen loopbaanzekerheid. Iemand die ervaring opdoet in een ander bedrijf, heeft een extra voordeel inzake competenties.

Op 18 april 2013 heb ik dit aangekaart bij mijn federale collega. Op het federale niveau is er ook nog iets gebeurd op 25 april 2014. Er is een wijziging gebeurd van de wetgeving, die maakt dat werkgeversgroepen, zij het in een aparte vzw, samen een soort pooling kunnen doen. Ze kunnen werknemers van het ene naar het andere bedrijf tewerkstellen. Er zijn wel zware voorwaarden aan gekoppeld. Dat is misschien wel een eerste stap, maar het gaat nog niet ver genoeg.

Wat kan Vlaanderen doen? Het eerste dat Vlaanderen kan doen, is ervoor zorgen dat dit wordt gefaciliteerd, dat de wetgeving die daarover bestaat of er nog kan komen, wordt bekendgemaakt. De eerste stap moet altijd vanuit het bedrijf zelf komen. De VDAB moet niet in de plaats van de privépartners treden. Het zijn in de eerste plaats de private arbeidsbemiddelaars die daar samen met het bedrijf iets aan kunnen doen.

Een aantal Vlaamse netwerken van werkgevers – dat zien we ook bij Bombardier – kunnen dat bekendmaken en kunnen er andere bedrijven bij betrekken. De VDAB heeft natuurlijk de databank met openstaande vacatures bij bedrijven. Die kan worden ontsloten voor een bedrijf dat aan co-sourcing wil doen. Dat is een positieve zaak en een bijdrage die de VDAB kan doen.

Ondertussen heb ik opnieuw contact gehad met mijn federale collega, Kris Peeters. Hij deelt die visie en ziet de pluspunten. Wij hebben afgesproken dat we daarover op korte termijn verder zullen overleggen om na te gaan hoe we het beleid kunnen versterken op dit maar ook op andere vlakken. Zo kan die co-sourcing, zoals nu met Bombardier, eenvoudig worden gerealiseerd."

Uiteraard was Martine tevreden met dit antwoord. Ze liet uiteraard niet na Minister Muyters er in haar repliek op te wijzen dat  vicepremier Peeters zelf een heel positieve houding aanneemt in dit dossier en ze drukte haar hoop uit op een vlugge vooruitgang en een goede samenwerking tussen de beleidsniveaus.

Categorie: 

Laatste foto's