Provincies mogen regels fietsvademecum soepeler interpreteren voor Fietsfonds

26 maart 2017
 

Fietsfonds raakt niet op door strenge toepassing van de regels

Gemeente kunnen voor de aanleg van nieuwe fietsvoorzieningen tot 80% van de middelen gesubsidieerd krijgen door de provincies en het Vlaams gewest als ze de voorschriften van het fietsvademecum volgen. Martine Fournier stelde vast dat die middelen nog nooit werden opgebruikt en ze roept de minister dan ook op met de regels van het fietsvademecum soepeler om te gaan. De minister zei dat ook hij voorstander is van enig pragmatisme.

De Vlaamse overheid en de provincies hebben in september 2006 het Fietsfonds opgericht. Ze kwamen overeen dat beiden elk 40% van de investeringen in fietsvoorzieningen op het Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk (BFF) zouden financieren.  De gemeenten moeten dus slechts 20% betalen voor een nieuwe fietstraject. (In sommige gevallen betaalt de provincie tot 60%). In totaal voorziet de Vlaamse overheid 10 miljoen euro per jaar. 

De voorwaarde om  middelen te krijgen is dat de regels van het fietsvademecum worden gevolgd. Volgens Vlaams Volksvertegenwoordiger Martine Fournier knelt hier vaak het schoentje. Als het fietspad over 5% van de route niet voldoet,  dan krijg je voor het volledige dossier geen subsidies. Concreet gaat het dan bijvoorbeeld over een fietspad dat in een bepaald stuk centrum geen 1,5 meter breed is of niet voldoende afgeschermd is.  Door deze manier van werken blijven de uitgaven binnen het Fietsfonds onder de verwachtingen. In 2013 was er voor 2,4 miljoen euro aan uitgaven, in 2014 3,1 miljoen euro, in 2015 3,7 miljoen euro en in 2016 4,3 miljoen euro. Het gaat dus wel in stijgende lijn, maar we mogen toch verwachten dat de middelen echt worden uitgeput.

Fournier vroeg in het Vlaams Parlement aan de minister om flexibeler om te gaan met de regels. Minister Weyts antwoordde: “Lokale afwijkingen van het vademecum zijn mogelijk als die goed gemotiveerd worden. […] Wij hanteren daar de nodige pragmatiek, maar natuurlijk altijd vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid.” Fournier repliceerde daarop: “Ik vraag voor alle duidelijkheid niet om slechte fietspaden te subsidiëren. Een fietspad moet inderdaad veilig en conform zijn, maar er pragmatisch mee omgaan – ik hoor het u graag zeggen – is echt wel essentieel, al gaat de ene er natuurlijk anders mee om dan de andere. Onze vraag is dus nogmaals om, als een fietspad voor 95 procent in orde zou zijn, en die 5 procent kan om een of andere reden niet voldoen aan het vademecum, daar toch pragmatisch mee om te gaan”.

De minister gaf toe dat de werkwijze tussen de provincies nogal durft variëren en hij poogt de werkwijze van de deputaties enigszins te uniformiseren. Fournier wil dan ook dat de minister samen met de provinciebesturen snel werkt maakt van een pragmatischer aanpak bij de toekenning van de subsidies. We zijn allen gebaat bij meer en betere fietspaden.

Categorie: 

Laatste foto's